Langdurig arbeidsongeschikt? De werknemer heeft de touwtjes in handen!

Een slapend dienstverband kan door de werknemer worden wakker geschud, zo blijkt uit een recente uitspraak (arrest) van de Hoge Raad. Een slapend dienstverband is het dienstverband dat bestaat met een medewerker die al 2 jaar of langer arbeidsongeschikt is. Na 2 jaar is er geen sprake meer van een loondoorbetalingsplicht en zou het dienstverband mogen worden beëindigd. Veel werkgevers kiezen hier echter niet voor, omdat ze op dat moment een transitievergoeding aan de vertrekkend werknemer moeten toekennen. Ook als deze werknemer geen loon meer ontvangt.

Voorstel tot beëindiging

De werknemer kan een voorstel doen om een slapend dienstverband te beëindigen. Vanuit goed werkgeverschap zal de werkgever hier vervolgens aan mee moeten werken. Dit was voorheen niet het geval, maar met het oog op de Compensatieregels Transitievergoeding die ingaan per 01 april 2020, is het standpunt van de rechter hierover gewijzigd. De werkgever hoeft in dat geval overigens niet méér transitievergoeding te betalen dan het bedrag wat hij aan transitievergoeding verschuldigd zou zijn bij beëindiging van arbeidsovereenkomst  op de dag na de dag waarop de overeenkomst wegens arbeidsongeschiktheid voor het eerst mocht eindigen. Op deze regel van verplichte medewerking bestaan uitzonderingen.

Uitzonderingen

De eerste uitzondering is er voor het geval de werkgever er een gerechtvaardigd belang bij heeft dat het dienstverband in stand blijft. Dit gerechtvaardigd belang kan niet worden gezocht in het feit dat de werknemer weldra de pensioengerechtigde leeftijd zal bereiken. Dat kan er bijvoorbeeld wel zijn, wanneer de werkgever reële re-integratiemogelijkheden ziet. Een tweede uitzondering kan er worden gemaakt als de werkgever financieel in de knel komt doordat hij het bedrag aan transitievergoeding moet voorfinancieren tot hij vanaf 01 april 2020 compensatie kan verkrijgen. In die situatie kan de werkgever uitstel van medewerking verkrijgen, maar zal hij toch uiteindelijk ook mee moeten werken aan een beëindiging van het slapend dienstverband.

Bron: Hoge Raad 8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1734